Yur Publications 

Yur, dichter te Groningen               

HOOGWOTTER  

Gods Rozen, Judasverzen, Hoogwoatem

Styx Publications, Groningen 1994 (discontinu)                                                                                              ISBN 90 92 371 80 1  

Literaire Prijs Stichting Het Groninger Boek 1994

Met op de voorkaft een afdruk van het prachtige schilderij van Christof Beukema (1946-2011)



***

HONGERIGE WOLF      

aan het sterfbed van mijn vader                                                                                                                                      

15 sonnetten                                                                                                                                              

Yur Publications, Groningen 2019

ISBN 978 90 829 265 0                                                                                                                                                                      

eerder gepubliceerd in het Gronings dialect in Krödde, Grunneger Tiedschrift nr. 70-75,1999-2000, ISNN 0169-180X, hier nog een keer opgenomen, herzien en aangepast aan de eisen van het Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan (Wolters-Noordhoff 1983), ook al ging dat op kosten van de versvoet.

Hongerige Wolf/ Hongerge Wolf; tweetalige versie, op elke bladzijde de Nederlandse versie links, de Groningse rechts. De bladzijden hebben de nummering van de gedichten. 

Eenmalige en beperkte oplage.

Gedichtenbundel Type Gedichtenbundel Formaat 148,00 × 210,00 mm Omvang 32 pagina's binnenwerk Druk omslag 4/0 enkelzijdig FC Druk binnenwerk 1/1 dubbelzijdig zwart Papier omslag HVO natuurwit 300 gr 320x460 Papier binnenwerk HVO natuurwit 160 gr 320x460 Afwerking Gelijmd/gebrocheerd





                                                                                                                                                                               


   


                                                                                                                                                                      



Recensies van Harm Schepers

Twee recensies van Harm Schepers in Boukwaiten Bloaden nr. 7 en 10 bie Krödde, Grunneger Tiedschrift, nr. 56, 1994/1995 , Leste Mohikoan en Hoogwotter. Hieronder de eerste in fragment in het Nederlands.

Jurrie Bosker, het zwarte schaap van de Groninger literatuur. Rebel, non-conformist.  Voor schrijvers als hij is er eigenlijk geen plaats in de gewone dialectliteratuur. Thema’s als pronkjewaail in golden raand, heimwee, moedertaal kom je bij hem niet tegen. Hij is geen schrijver voorToal en Taiken (ts). Om eerlijk te zijn. Er is bijna geen publiek voor hem. We hebben het een jaar of wat geleden gezien bij Henry Hes. Als die verstandig was geweest, had hij in het Nederlands geschreven, zoals nu Nanne Tepper. In procenten bekeken is het ploegje liefhebbers eveneens miniem, maar in de praktijk hou je daar in een kleine literatuur als de Groninger bijna geen mens aan over. Het tekent de romanticus Bosker dat hij voor De Laatste Mohikaan wil spelen.  

Ik had het zonet over schrijvers als hij. Duidelijk: die zijn er in de Groninger literatuur niet. Ik geloof ook niet dat dat erg is. Eén Bosker is meer dan genoeg. Maar ook in de Nederlandse literatuur heeft hij geen bondgenoten. Ook daar zou hij bij de absolute avant-garde horen. Ik vind het mooi dat hij deze prijs heeft gekregen, maar ik had nog liever gezien dat hij een algemene literaire prijs had gekregen. Daar heeft hij wat kwaliteit betreft recht op. We kennen allemaal het verschijnsel dat dialectschrijvers prijzen krijgen voor werk waar ze dat in een standaardtaal nooit voor hadden gekregen. Dat is bij Bosker niet zo. Met zo’n prijs als deze komt hij bij Nederlandse lezers niet onder de ogen. Zonde.  

Bosker is in de literatuur, wat in de Duitse neo-expressionistische schilderkunst een Neue Wilde wordt genoemd. Denk aan figuren als Baselitz, Lupertz, Middendorf. De moderne pendant van ruige stadsschilders in een ruige techniek als Grosz, Beckmann. Juist dat soort van expressionisme dat we bij de Groninger Ploegschilders bijna niet vinden. Bij Dijkstra, Alting – ik noem maar wat voorbeelden – is de stad even licht als bij die Duitsers zwart en verlopen. Bosker schildert wat De Ploeg heeft laten liggen. Zijn Groningen is geen pronkjewaail in golden raand, maar een oude doos met zwarte nagels. Drank, goddeloosheid, geen uitzicht en daarover wordt niet gezeurd. De wereld is niet anders. Er is geen redden aan, maar er is jenever. Zijn geschreeuw houdt je wakker en dat hoort ook zo bij levendige poëzie. Te veel dialectliteratuur is bedoeld als tranquilizer. En slaapmiddelen worden genomen door mensen die niet om zich heen willen kijken, of durven.  

Zijn techniek is als bij de Neue Wilden. Ruig. Hij vervormt de taal, zinnen zijn onvolledig, ongrammaticaal. Hij houdt van sterke contrasten, stapelt de ene woordassociatie op de andere. Sfeertekening is veel belangrijker dan verifieerbare inhoud. Hij speelt met een écriture automatique zoals je die bij nonsensdichters tegenkomt: Lewis Carroll met zijn Alice in Wonderlaand, Morgenstern. Of spelen het goede woord is? Zijn roetzwarte kunst heeft meer van obsessieve angstdromen van een Ploegdichter als Hendrik de Vries, bij wijlen fauvist van het eerste uur. Als bij hem één ding opvalt, is het de strakke vorm. Ook bij Bosker is ruigte meestal schijn. Het zijn sonnettenkransen, niet van het makkelijkste. Zijn gedichten kennen een dwingende maat, een soepel, lang metrum dat als een basso continuo onder de tekst zit, dat genegeerd kan worden, vaak gedragen door binnenrijmen. Goddank niet zo dodelijk als een drumcomputer van een keyboard. Bosker syncopeert alsof hij Jazz speelt, of moderne rap.                                                                           

Recensie van Henry Hes met zelfportret. Jaartal moet 2019 zijn.